11 augustus 2008 [Simone] De eerste werkweek zit er alweer op..... de eerste dag was nog even wennen, maar daarna was het alsof ik er nooit tussenuit geweest was! De komende 2 maanden heb ik de 'algemene' vrouwenafdeling onder mijn hoede (dus niet de zwangeren en niet de TBC-patientes). Ik schrok er toch wel weer van, al die doodzieke hoopjes ellende in die bedden.... maar ik schrok er ook wel van hoe makkelijk ik daar toch alweer aan wende en doorging met de zaken van alledag. Tja, dat lijkt toch de enige manier om hier te kunnen functioneren. In de ARV-unit was het steeds behoorlijk druk, dus ik kon gelijk aan de bak. Het was erg leuk om een heleboel patienten terug te zien met wie het erg goed ging; meerdere patienten die ik voor het starten van de medicijnen weinig kans gaf, en die nu een en al levenslust en gezondheid uitstralen. Sommigen herkende ik alleen aan de naam op de papieren, want een gezonde, bolle vrouw van een kilo of 70 ziet er toch heel ander uit dan een hoopje ellende van 45 kilo! Helaas zijn er natuurlijk ook wel patienten met wie het wat minder gaat en bij wie de medicijnen minder goed werken, vaak doordat ze ze niet regelmatig genoeg hebben ingenomen. Op donderdag was de maandelijkse 'kinderdag': de dag waarop de kinderen die op behandeling zijn (en hun ouders als die ook aidsremmers slikken) hun medicijnen komen ophalen. Sinds april wordt er op die dag ook gedurende 1 of 2 uur een 'support group' voor kinderen gehouden, waar ze lekker kunnen spelen, tekenen enzovoorts en wat lekkers te eten en drinken krijgen. Het was erg leuk om te zien dat de kinderen onderling veel vriendschappen hebben gesloten en zo een leuke dag bij het ziekenhuis hebben! Er zijn inmiddels tegen de 30 kinderen op behandeling, en op 1 of 2 na gaat het met allemaal erg goed! Minder leuk was dat op dinsdag een van de aidsremmers, lamivudine, 'plotseling' op was.....dat hadden de apothekersassistenten even over het hoofd gezien; ze dachten een week eerder dat er wel genoeg was, maar de omzet is nu zo hoog dat dat bij lange na niet het geval was.... gelukkig konden we de meeste patienten wel genoeg tabletten geven voor een week, maar ze moeten dus wel een keer extra terug komen, iets waar de meesten het geld niet voor hebben. Maar dankzij het geld gedoneerd aan Transcape door diverse sponsors hebben we een potje voor dit soort dingen, dus konden de patienten die extra terug moeten komen hun reiskosten vergoed krijgen. Sponsors bedankt dus!!! Vervolgens had het nog een hoop voeten in de aarde om de nieuwe bestelling uit Umtata te krijgen, maar dat is uiteindelijk vandaag (maandag) gelukt, voordat er morgen weer tussen de 50 en 100 patienten op de stoep staan voor hun medicijnen.... Met het thuisfront gaat het ook goed; borstvoeding geef ik tussendoor in m'n koffie- en lunchpauzes, om de dag aan Tom of aan Kristel, de andere krijgt dan flesvoeding. Tijdens mijn eerste avonddienst afgelopen donderdag werd ik acuut weggeroepen naar de verloskamer toen ik net op het punt stond een verhaaltje voor het slapen gaan lezen voor Leon en Menno.... gelukkig kreeg Arjan het voor elkaar om dat over te nemen en tegelijk de tweeling rustig te houden! Voor hem ook avonddienst dus! Afijn, ik zit er al weer helemaal in! Oja, ik mag mezelf sinds deze maand 'Principal Medical Officer' noemen..... ik ben weer een stapje hoger in de hierarchie. Qua werk maakt het niet veel uit, maar qua salaris ga ik er aardig op vooruit! Ik heb wel van 1 uur 's middags tot half 7 's avonds op mijn beurt moeten wachten toen ik voor het sollicitatiegesprek ging, maar het bleek dus de moeite waard! 23 juli 2008 [Simone] Tijdens mijn zwangerscapsverlof heeft mijn (Nederlandse) collega Anne mijn werk in deARV-unit overgenomen. Per 1 augustus ga ik er zelf weer aan de slag. Vorige week ging ik even langs de unit en zag al een hoop mij bekende patienten, die er goed uitzagen. Gelukkig! Maar binnenkort zal ik ook de stapel papieren van overleden patienten maar eens doorkijken, dat zal wel minder leuk zijn.....Maar ik heb veel zin om weer te gaan beginnen, als ik weer aan de slag ben zal ik wel weer eens berichte hoe het ervoor staat! 6 juli 2007 [Simone] Na een staking van ruim drie weken draait alles in het ziekenhuis inmiddels weer normaal. Dat wil zeggen, de verpleging werkt weer. Op maandag stonden (zaten/lagen) er wel heel veel erg zieke patiënten op de stoep, dus we moesten een kleine inhaalslag verrichten. In de ARV-unit zijn we ook het overzicht een beetje kwijt geraakt, doordat heel veel patiënten tijdens de staking te laat of helemaal niet verschenen. Maandag, dinsdag en woensdag ben ik gewoon in de unit aan de slag geweest, maar donderdag (gisteren) ben ik er op uit gegaan naar een aantal klinieken. Daar was ik namelijk al ruim een half jaar niet geweest, en ik wilde kijken hoe de dingen daar lopen en de statistieken (aantal verrichte HIV-tests etcetera) ophalen. Collega Milja nam voor een dagje de ARV-unit over, en ik ging samen met een community health worker (Noziphiwo) op pad, hier een verslagje: We besluiten eerst de meest afgelegen klinieken te bezoeken, omdat daar de problemen meestal het grootst zijn. Onderweg proberen we wat patiënten op te sporen die niet op hun afspraak zijn verschenen. De eerste patiënt iss niet thuis, die blijkt net naar het ziekenhuis gegaan te zijn om zijn ARV’s op te halen dus dat is mooi. De tweede patiënte die we zoeken is de moeder van een tweeling van een jaar of zes (zie foto). Deze jochies (en hun moeder) zijn allebei met HIV besmet, alleen de één is er al heel ziek van en heeft ook tuberculose, en de andere heeft eigenlijk (nog) helemaal geen symptomen. Als je het verschil in lengte ziet zou je niet geloven dat het een tweeling is! De moeder is ook onder behandeling voor tuberculose en is recent met ARV’s gestart; het jochie wil ik ook binnenkort starten. Maar helaas is de moeder al eerder (vorig jaar) langere tijd niet komen opdagen voor hun TB-medicijnen en nu dus weer niet met de staking. We weten niet precies waar ze wonen, en terwijl we aan het zoeken zijn zien we ineens de tweeling lopen langs de kant van de weg, met een paar andere jochies lopen ze wat koeien te drijven (het is nu vakantie hier). We hijsen ze in de auto en laten ze de weg wijzen naar hun moeder. We vinden haar vlak langs de weg: op een hele steile helling is ze bezig de fundamenten een rondavel te bouwen. Zwaar werk voor iemand met tuberculose en gevorderde AIDS, maar niemand neemt hier dat soort dingen voor je over zolang je nog iets zelf kan! Ze zegt dat ze niet is geweest vanwege de staking en dat ze nog genoeg medicijnen heeft (wat niet zo hoort te zijn bij correcte inname) en belooft aanstaande maandag te komen, met de tweeling. Tja. Ondanks vele malen uitleggen lijkt ze nog steeds niet in te zien hoe belangrijk het is haar medicijnen goed in te nemen. Waarschijnlijk beseft ze dat pas als ze zo ziek is dat ze echt niets meer kan….. Extra triest vind ik het voor haar kinderen, die daar de dupe van worden en zo geen optimale kans krijgen. Maandag dus nog maar eens met haar praten. Hopelijk helpt het dat ze merkt dat we met hen meeleven en haar komen opzoeken als we haar missen. We zullen zien. Bij Pilani-kliniek is alleen een “nursing assistant” (verpleeghulp) aanwezig om de hele kliniek te runnen; de verpleegkundigen zijn op training of iets dergelijks. Sinds maart worden hier ook mensen op HIV getest, en ik krijg de statistieken en kan wat van zijn vragen beantwoorden. Verder heb ik wat spullen meegebracht, omdat die op waren: handschoenen, tuberculose-medicijnen, injectiespuiten en condooms. Toch erg kritieke dingen voor een kliniek in dit gebied!! Helaas werkt de aanvoer-route via het district niet optimaal. Nu heb ik deze dingen het ziekenhuis uit “gesmokkeld” want de klinieken en het ziekenhuis hebben een apart budget, dus eigenlijk is dat niet de bedoeling. Maar ja, ik kan het niet over m’n hart verkrijgen om ze zonder deze noodzakelijke dingen te laten zitten! Daarna rijden we naar de volgende klinieken, over een zeer afgelegen, maar prachtige route. We komen geen enkel ander voertuig tegen, wel geven we een paar mannen in kerk-uniform een lift achterop het “bakkie”. Helaas blijken de volgende twee klinieken op de route gesloten te zijn: nog niet open gegaan sinds de staking…. Het is niet helemaal duidelijk of de verpleging van deze klinieken gewoon wat langer door staakt of dat ze ook naar een training zijn. Onderweg kunnen we gelukkig nog wel wat patiënten opsporen. Noziphiwo weet van een aantal mensen waar ze wonen, en naar anderen vragen we als we in hun gebied aankomen. We komen zo op de meest prachtige, afgelegen plekken. Eén van de patientes woont wat van de weg af, en ik wacht bij de auto terwijl de Noziphiwo naar het huis toe gaat. Ik geniet van de omgeving: de dorre heuvels met ver daarachter de blauwe zee, wat rondavels verspreid in het landschap, en de enige geluiden komen van kraaiende hanen en wat mensen die in een nabijgelegen “kraal” (aantal rondavels met een erf, afgeschermd door een soort heg) aan het werk zijn: water halen, hout hakken enzovoorts. Wat kinderen lopen rond in alleen wat ondergoed (dat kan hier in de winter!). Er komt een man op me af en vraagt me om brood, maar helaas voor hem heb ik dat net opgegeten. Hij heeft een stok bij zich en hij lijkt me wat in de war, dus ik hoop maar dat hij geen moeilijkheden gaat maken. Hij blijft zijn vraag om brood herhalen. Uiteindelijk zeg ik maar dat ik hem niet begrijp, en hij loopt verder. Een eindje verder begint hij rondjes te draaien op de weg en kletst wat in zichzelf. De mensen op de erven besteden geen aandacht aan hem; de dorpsgek blijkbaar. Even later komt een vrij gezette man van een jaar of vijftig, zestig van een erf af naar me toe. Hij heeft nette kleren aan en een horloge om. We maken een praatje in het Xhosa, ik weet me gelukkig aardig te redden. Hij herkent me als de dokter van Canzibe. Hij is ’s ochtends bij de kliniek geweest, maar die was dus nog gesloten. Hij slikt tabletten voor een hoge bloeddruk, maar helaas niet een type dat ik bij me heb. Noziphiwo komt terug, en ook de patiënte komt met haar mee om me te begroeten. Het is een vrouw van een jaar of zestig, die nu weer heel gezond is; een paar maanden geleden ging ze nog ziekenhuis in ziekenhuis uit, maar nu ziet ze er sterk uit. Ook zij zal volgende week komen. De volgende kliniek (we zijn inmiddels al vier uur op pad) is gelukkig wel open. Er zit hier een heel actieve verpleegkundige, geholpen door twee gepensioneerde verpleegkundigen die voor wat extra vergoeding nog wat langer zijn aangebleven. Er worden heel wat mensen getest, maar helaas is ook hier een tekort aan medicijnen. Zo zijn bijvoorbeeld de tabletten voor zwangere vrouwen er niet, die de overdracht van HIV naar de baby tijdens de bevalling moeten voorkómen. Ik beloof wat telefoontjes te zullen plegen om te kijken of we er wat aan kunnen doen. Hierna word ik gevraagd ook nog een aantal patiënten te bekijken: een ondervoed (en mogelijk HIV-positief) kind verwijs ik naar ons project voor ondervoede kinderen, een ander kind kan ik behandeling voor een longontsteking voorschrijven. Verder zijn er heel veel patiënten voor het invullen van een aanvraag voor een arbeids-ongeschiktheidsuitkering. Ze verwachtten hier eigenlijk een andere dokter voor, maar die blijkt niet te komen… ik besluit dan maar te blijven helpen en de resterende klinieken een andere keer te bezoeken. Na afloop rijd ik in een klein uurtje weer terug naar huis, waar ik moe maar voldaan met Leon en Menno speel, en ’s avonds met Arjan lekker een filmpje kijk! Ik kijk uit naar een lekker weekend, met alleen wat “klusjes” (telefoontjes, administratie) op vrijdag, een wandeling langs de kust op zaterdag en een dagje thuis op zondag, voordat op maandag de nieuwe week weer losbarst! Woensdag 14 maart 2007
Om 06.00 uur word ik wakker gemaakt door twee erg vrolijke jongens (nee, niet Arjan!). Ik vind het nog veel te vroeg, omdat die zelfde vrolijke jongens vannacht flink aan het spoken zijn geweest. Maar ja, wat moeders ervan vindt is niet belangrijk dus stap ik vijf minuten later toch maar mijn bed uit. Leon laat ik maar even televisie kijken terwijl Menno lekker rondscharrelt en met wat autootjes en een tractor speelt. Ik neem een heerlijk kopje koffie en zit rustig op de bank nog wakker te worden. Arjan blijft liggen tot zeven uur als echt tijd is om op te staan! Om acht uur is Leon met regenjas en laarzen aan vertrokken naar de pre-school (kleuterschool). Helaas voor de tweede dag regenachtig en mistig. Het is heel lang mooi geweest maar nu gaan we alweer het seizoen met meer kou en regen is. Ik laat Menno bij Arjan achter (die zal wachten tot Vicky er is) en ga naar de wekelijkse doktersbijeenkomst. We bespreken voornamelijk de roosters voor april en mei die klaar zijn. Er moet altijd wel wat geruild worden. Ik sta er gelukkig niet veel op omdat ik in die periode mijn vijf weken vakantie heb! Ook nemen we het schema van coassistent Caroline door en bespreken wat problemen van het ziekenhuis. Voornaamste probleem nu is dat de verpleging op de TB-afdeling heel slecht functioneert waardoor onderzoeken veel te laat of niet worden uitgevoerd (HIV-tests, bloed afnemen, röntgenfoto’s laten maken et cetera) en patiënten onnodig lang in het ziekenhuis moeten blijven. De bezetting is wel krap, maar er zou toch wel meer moeten kunnen gebeuren. We gaan het overleggen met de nieuw aangestelde manager voor de verblijfsafdelingen. Tenslotte heeft collega Chad een tekst gemaakt om op een website te zetten waarmee nieuwe dokters gerekruteerd worden. Nu nog een paar leuke foto’s erbij zoeken en hopelijk krijgen we er dan nog meer collega’s bij! Om half tien zijn we klaar en ga ik even op mijn afdeling kijken, de “algemene” (dus niet-tuberculose) vrouwenafdeling. Geen grote problemen gelukkig en ik kan een paar patiënten ontslaan. Ruim de helft van mijn patiënten daar is met HIV besmet. Daarna is het”teatime”. Arjan is ook thuis dus we kunnen gezellig samen een bakkie doen. Leon is nog op school en Vicky is met Menno en haar zoon Bulela brood kopen, dus het is verder rustig in huis. Maar dat duurt niet lang, want even later komt Menno met het brood in zijn handen binnenstappen en eist gelijk zijn portie van mijn stroopwafel op – die weet hij sinds ook al van ver te herkennen! Daarna komen drie studenten uit Kaapstad aan, die samen met Arjan werken aan het communicatieproject tussen het ziekenhuis en een van de klinieken. Ze zijn hier eens in de paar maanden een weekje en brengen dan ook veel tijd bij ons door. Om elf uur is het tijd om bij de ARV-unit te beginnen. Vandaag is collega Milja daar ook, want zij zal het van me overnemen als ik met vakantie ben. Ik laat haar alles zien en leg het reilen en zeilen uit, en ook laat ik haar alle administratie zien. Want ook al zijn het dezelfde patiënten, de manier van werken hier is toch volledig anders dan in de normale polikliniek. Daar zie je meestal veertig tot vijftig patiënten in vier of vijf uur tijd, terwijl ik er meestal tien á twintig zie. Daarmee heb ik dus veel meer tijd voor mijn patiënten en omdat ze ook steeds weer terugkomen bouw ik echt een relatie met ze op. Vandaag is het erg rustig (ongeveer zeven patiënten voor mij), vanwege de regen denk ik, dus we kunnen heerlijk de tijd nemen. Grootste probleem is een baby’tje van vier maanden die alle verschijnselen van HIV/AIDS heeft. Maar helaas heeft de moeder van het kind hem bij oma achtergelaten en is zelf naar Kaapstad vertrokken. We mogen hem zonder toestemming van de moeder niet testen, tenzij het echt een noodgeval wordt. De oma zegt dat de moeder volgende maand mogelijk toch weer naar huis komt, dus we besluiten medicijnen voor te schrijven en de baby in april weer terug te zien, hopelijk samen met de moeder. Als ik mijn kamer uit stap, zie ik tot mijn verbazing een mooi ladeblok staan wachten! Dat had 3 maanden geleden met mijn bureau mee geleverd moeten worden maar was tot nu toe steeds niet bezorgd. Ik had de hoop erop al opgegeven maar uiteindelijk is het er dan toch! Dus ik loop gelijk weer terug om mijn overvolle bureau leeg te ruimen en de laden in te richten. Er heerst een ware feeststemming in de unit: maandag kregen we onze eigen printer/kopieermachine/fax (via Transcape), vanochtend bracht Milja een magnetron mee (via Oranje Groene Kruis sponsoring) en nu werden behalve mijn ladeblok ook nog 5 verwarmingen, 5 ventilatoren, een waterkoker en een 3 meter lange houten zitbank (voor wachtende patiënten) bezorgd, deze laatste dingen overigens allemaal van overheidsgeld aangeschaft. We zijn vorig jaar begonnen met allemaal oude, geleende en vaak kapotte spullen maar langzamerhand begint het allemaal echt mooi te worden! Om kwart voor vijf ben ik weer lekker thuis. Leon en Menno spelen met wat boekjes en puzzels en Vicky en Bulela vertrekken naar huis. Arjan is nog met de studenten in de weer, die weten van geen ophouden als het maar met computers of mobiele telefoontjes te maken heeft! Om kwart voor zes rijden ze weer weg en kan Arjan aan het eten beginnen (zijn beurt vandaag!). Een Hollandse pot met biefstuk, aardappelen, sperziebonen en zelf gefabriceerde appelmoes. Dat gaat er goed in, Leon en Menno vallen op de sperziebonen aan alsof het patatjes zijn! Omdat Arjan gekookt heeft is het mijn beurt om de kinderen in bad en daarna naar bed te doen. Gelukkig werken ze ondanks hun vermoeidheid goed mee (er spelen zich ook weleens andere taferelen af!) en even over half acht liggen ze allebei te slapen. Hopelijk slapen ze vannacht wel goed door! Ik verdwijn achter de computer en zo is de avond snel om. Straks nog lekker een wijntje en dan bijtijds naar bed. Weer een dag dichter bij onze vakantie! 14 januari 2007 Hier weer eens een stukje van mij (Simone) over m'n werk!
De afgelopen twee weken heb ik weer veel dienst gehad (ik had o.a. weekenddienst) en de verloskamer wist me aardig bezig te houden met twee vacuum-extracties, een stuitbevalling en een keizersnee. maar de eerste hulp afdeling was gelukkig niet al te druk. In de ARV-unit was het wel aardig druk want onze enige volledig getrainde verpleegkundige heeft ruim een maand vakantie opgenomen rond kerst. Daardoor komt nu vrijwel alles op mij neer, maar op zich is het wel leuk werken want zo heb ik ook wat meer aan testen en voorlichting gedaan, van zowel patienten als hun familieleden. Veel meer dan voorheen in de klinieken zie ik m'n patienten nu meerdere malen terug, wat ik ook erg leuk vind. Zeker als ze goed opknappen als ze met de Aidsremmers beginnen! Helaas hebben we recent ook weer wat patienten verloren, wat natuurlijk ook meer met je doet dan als patienten die je maar een keer gezien hebt overlijden... Twee patienten waren onlangs met Aidsremmers begonnen, maar ze waren op het moment van starten al zo zwak dat ik het al somber in zag, al hou je natuurlijk altijd hoop dat ze er toch doorheen komen. En een andere teleurstelling was dat een meisje van 1 jaar (Menno's leeftijd dus), die ik komende maand met Aidsremmers wilde gaan behandelen, een ernstige infectie opliep en tweede kerstdag overleed. Maar ook goed nieuws natuurlijk, want per februari krijgen we de Aidsremmers hier zelf op voorraad, dus dat scheelt een hoop gedoe en beperkingen. De apotheker is vertrokken maar gelukkig wel vervangen, en ook is er een post voor een senior apotheker geadverteerd en hier schijnt ook iemand op te willen sollliciteren... Als dat zo is dan kunnen we echt wat gaan betekenen en in plaats van vijf misschien wel twintig patienten per maand op Aidsremmers starten! Dat zou prachtig zijn, maar het zal wel op Afrikaans tempo gaan en dus nog even duren allemaal! Verder is een van m'n collega's vertrokken naar een hogere post elders, maar er is wel weer een nieuwe dokter bij gekomen en mogelijk komt er nog een.We zijn nu dus nog met vijf dokters, dus dat is prima te doen met de diensten - na vorige week weekenddienst nu dus weer vier weekenden vrij! Werk Simone: (8 november) De ARV-unit draait inmiddels op volle toeren, al moeten we officieel nog steeds een vergunning krijgen. We kunnen nu vijf patienten per maand op Aidsremmers starten via een naburig ziekenhuis. Mijn werk is nog steeds lekker divers; ik heb een ziekenhuis-afdeling onder mijn hoede (momenteel Tuberculose-mannen- en -kinderafdeling), werk in de ARV-unit waar ik patienten voorbereid op de Aidsremmers en patienten controleer, en ook zeker een dag in de twee weken trek ik er op uit naar de klinieken om te zien hoe het daar gaat met het HIV-programma. En dan is er nog het nodige regelwerk rondom de ARV-unit, waar ik ook eigenlijk als dagelijks manager voor de patientenzorg functioneer. En natuurlijk alle projecten van Transcape, zoals bijvoorbeeld het bezoeken en ondersteunen van de HIV-supportgroepen, het opzetten van voorlichtingsactiviteiten en het onderkennen en aanpakken van alle knelpunten in het hele HIV-programma. Je begrijpt het al: geen kans om me te vervelen! En nu vergeet ik nog de nacht- en weekenddiensten voor het ziekenhuis te noemen, al is dat nu vrij relaxed omdat we met vijf artsen zijn. Het is erg leuk om mijn eerste patienten op Aidsremmers nu echt te zien opknappen. Bij sommigen duurt het een paar maanden, en soms worden ze eerst zelfs wat zieker, maar bij andere gaat het echt heel snel. Zo heb ik een patiente die steeds last had van zweren in haar mond en schimmels op haar huid, die we niet goed weg kregen met verschillende behandelingen. Maar twee weken nadat ze me de Aidsremmers begonnen was, was het helemaal verdwenen! Echt fantastisch om te zien; ze kan nu eindelijk weer normaal eten zonder een pijnlijke mond. Al zal het wel een jaartje duren voordat ze echt weer helemaal hersteld is. Bij onze eerste tien patienten op Aidsremmers zitten ook een meisje van elf en haar moeder. Beiden zijn begin oktober met de Aidsremmers begonnen en ook met hen gaat het erg goed. Een jonger broertje (anderhalf) is gelukkig niet besmet. Dankzij de Aidsremmers kan hij waarschijnlijk gewoon met zijn eigen moeder en grote zus opgroeien! (waar de vader is?? Geen flauw idee....) Mooi werk dus voor de mensen die we kunnen helpen. Maar het moeilijkste vind ik momenteel wel het selecteren van de patienten... want als je vijf mensen mag kiezen uit een lijst van 20 wie neem je dan? (en dan proberen we de toestroom nog te beperken; we zijn momenteel meer dan 80 mensen aan het voorbereiden!). Zwangeren geven we voorrang, want daarmee kan je twee levens redden, en de hele zieke patienten daar beginnen we nu nog maar niet aan, al zou je ook voor hen al het mogelijke willen proberen. Nou ja, ik blijf maar hopen dat het volgend jaar beter wordt zodat we iedereen kunnen helpen die in aanmerking komt! Augustus, 2006 Van baan veranderd Ik heb de afgelopen anderhalf jaar met veel plezier en voldoening in de Primary Health Care klinieken gewerkt. Wat ik daar echter ook heel duidelijk zag was de noodzaak voor een goed draaiend HIV-programma, inclusief de verstrekking van Aidsremmers voor degenen die dat nodig hebben. Ik zag gewoon teveel (vaak jonge) mensen in een uitzichtloze situatie. Daarom hebben we in de loop van 2005 een HIV-commissie opgericht, en voorlichtingsactiviteiten, trainingen en Support Groups opgezet. Uiteindelijk waren we ook zo ver dat het ziekenhuis een team mocht aanstellen om een kliniek voor chronische HIV-zorg op te stellen, waar op den duur ook Aidsremmers zullen worden verstrekt. Een verpleegkundige, een coördinator en administratief personeel waren al gevonden, naar een dokter werd nog gezocht …. Na wat wikken en wegen heb ik besloten een overplaatsing aan te vragen naar deze post, om zo te kunnen gaan bijdragen aan een goed, allesomvattend HIV-programma. Het ging (en gaat) me natuurlijk wel aan het hart om de spreekuren in de klinieken op te geven. De kliniekverpleging en patiënten waren er ook niet erg blij mee. Er wordt natuurlijk wel weer gezocht naar een nieuwe dokter voor de klinieken, maar dat is erg moeilijk met de huidige tekorten. In praktijk zullen de patiënten weer naar het ziekenhuis toe moeten komen bij problemen of voor hun halfjaarlijkse controle in geval van bijvoorbeeld hoge bloeddruk of suikerziekte. Wel zal ik 1 dag per week naar de klinieken toe blijven gaan voor de HIV-zorg. Ik wil iedere kliniek minimaal eenmaal per maand bezoeken om eventuele problemen te bespreken, AIDS-patiënten te onderzoeken en behandelen, de verzamelde statistieken met betrekking tot HIV met de verpleging door te nemen, en de verpleging te ondersteunen bij het runnen van de Support Groups. Dit omdat een HIV-programma natuurlijk alleen goed kan werken als iedereen in het district op één lijn zit. Het is hierbij een groot voordeel dat ik alle klinieken en alle zusters inmiddels goed ken. De auto die ik voor de klinieken gebruikte zal door mij en de andere HIV-teamleden gebruikt worden voor het HIV-programma: thuisbezoeken van de patiënten, medicijnen ophalen uit een ander ziekenhuis, kliniekbezoeken, voorlichtingsactiviteiten enzovoorts. De avond-, nacht- en weekenddiensten in het ziekenhuis blijf ik trouwens gewoon doen. Sinds augustus zijn we weer op volle sterkte met in totaal vijf dokters; dat is een prima aantal om het ziekenhuis goed mee te bemannen en inmiddels is ook de operatiekamer weer in gebruik na jarenlang nauwelijks gebruikt te zijn! Het werk in de ARV-kliniek Per augustus 2006 zijn we dus bezig om de ARV-kliniek op poten te zetten. Een goede organisatie is erg belangrijk omdat patiënten goed gevolgd moeten worden. Als patiënten niet komen opdagen om hun medicijnen te halen, moeten ze opgespoord worden. Dit om te voorkomen dat ze er mee stoppen of een paar dagen medicijnen missen, omdat ze daarmee het risico lopen dat hun Hiv-virus ongevoelig (resistent) wordt voor de medicijnen. Dat is namelijk voor de patiënt zelf vervelend maar vormt natuurlijk ook een risico voor de volksgezondheid. We werken dus met een afsprakenboek en dat is niemand gewend. Ook houden we een standaard-status van de patiënten bij, die bij ons opgeslagen wordt. Dat in tegenstelling tot het hier normale systeem waar patiënten hun kaart (meestal een schriftje) zelf bij zich houden en meenemen naar de kliniek of het ziekenhuis. Al met al een hele omschakeling voor de verpleging, maar na een ruime maand begint het voor iedereen te wennen. Het volgende probleem waar we nu mee te maken krijgen is de overvloed aan patiënten die voor de Aids-remmers in aanmerking komen. Tot nu toe namen we iedereen die zich meldde aan, maar we merkten dat we zo heel snel overvol zaten, want iedere patiënt moet de eerste tijd wekelijks terug komen. We hebben nu dus even een maximum aantal moeten stellen van 8 nieuwe patiënten per week. Hopelijk krijgen we er binnenkort nog één of twee verpleegkundigen bij en zijn dan ook de drie community health workers helemaal getraind, zodat we weer meer patiënten aankunnen. Want het is natuurlijk erg frustrerend voor iedereen om patiënten te moeten weigeren. We hebben nu drie patiënten op Aidsremmers staan via “ons” programma, verder zijn er nog een stuk of tien die de Aidsremmers via het ziekenhuis in Umtata krijgen. We hebben inmiddels zo’n dertig patiënten in het voorbereidingstraject voor de Aidsremmers. Mijn dagelijks werk is nu het uitgebreid onderzoeken van patiënten die in aanmerking komen voor de Aidsremmers. Het is heel belangrijk om infecties (voornamelijk tuberculose) op te sporen en te behandelen vóórdat de patiënt met Aidsremmers begint. Ook is best een groot aantal patiënten depressief, waarvoor het ook beter is dat te behandelen vóórdat ze aan de (zware) therapie met Aidsremmers beginnen. Verder controleer ik natuurlijk de patiënten die de Aidsremmers al slikken, om eventuele bijwerkingen op te sporen en te behandelen en om te zien of de therapie goed aanslaat. Eind september 2006 krijgen we bezoek van de landelijke HIV-afdeling van de overheid, die zullen dan beslissen of en wanneer we zelf Aidsremmers mogen gaan verstekken. Het belangrijkste probleem is nog dat onze apotheker eind van het jaar weg gaat en er nog geen opvolger is… maar we hebben nog een paar maanden dus wie weet komt het goed. Gelukkig kunnen we de medicijnen nu ook alvast krijgen via ons zusterziekenhuis op anderhalf uur rijden van hier, dus in ieder geval kunnen we een aantal patiënten helpen en hoop bieden, en dat is toch al een hele vooruitgang! Hier een soort dagboek (van 1 dag!) om een beetje een beeld te geven van onze dagelijkse gang van zaken hier! |