Onderzoek binnenmilieukwaliteit en leerresultaten

De universiteit van Maastricht zal de komende vijf jaar in 280 klaslokalen een onderzoek doen naar binnenmilieu en leerresultaten van ongeveer 10 000 kinderen. Elk klaslokaal is permanent uitgerust met een sensor die de luchtkwaliteit (kooldioxide en grove deeltjes), temperatuur, relatieve vochtigheid, lichtintensiteit en geluidsniveaus meet, allemaal met intervallen van 1 minuut. De locatie van detectieapparatuur binnen en tussen kamers is gevalideerd door een pilotstudie. Academische prestaties van schoolgaande kinderen worden gemeten door middel van gestandaardiseerde cognitieve tests. Daarnaast wordt een reeks gezondheidsindicatoren verzameld (bijv. Schoolverzuim en vraag naar gezondheidszorg), samen met een uitgebreide reeks sociaal-demografische kenmerken (bijv. Ouderlijk inkomen, opleiding, beroepsstatus)

Blootstelling aan slechte omgevingsomstandigheden is in verband gebracht met verslechtering van de fysieke en mentale gezondheid en met vermindering van cognitieve prestaties. Omgevingscondities kunnen ook de cognitieve ontwikkeling van kinderen beïnvloeden, maar epidemiologisch bewijs is schaars. In ontwikkelde landen brengen kinderen 930 uur per jaar door in een klaslokaal, de tweede alleen in de slaapkamer. Met behulp van continue sensortechnologie onderzoeken ze de relatie tussen binnenmilieukwaliteit (IEQ) en cognitieve prestaties van schoolgaande kinderen. De voorgestelde studie zal resulteren in een beter begrip van de effecten van omgevingskenmerken op cognitieve prestaties, waardoor de weg wordt vrijgemaakt voor experimentele studies.

De uitgangspunten van het onderzoek kunt u terug vinden op NCBI ( https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC7076238/)